Een ambachtsman, een sportman, een natuurman. En vooral een hartelijke man. Dat, en nog veel meer, was Eelke Scherjon. Fenomeen uit het Friese fierljeppen, fenomeen als klompenmaker. De Noardburgumer, sinds een tijdje ernstig ziek, overleed gisterochtend vroeg op 56-jarige leeftijd. Voor zijn laatste sprong bleek de polsstok te kort.

Door Gerard Bos

Het was dat laatste zinnetje dat op internet verscheen als een van de vele reacties op het overlijden van Scherjon. Wat hij er zelf van zou hebben gevonden? Waarschijnlijk had zich onder zijn even imposante als karakteristieke snor die grote, brede glimlach gevormd die zovelen van hem kenden.

Fierljeppers, klanten en bezoekers van de klompenmakerij en het museum, dorpelingen, wie dan ook; vraag de mensen naar Eelke Scherjon en je zult veel woorden als sympathiek, grappig, vrolijk en aimabel te horen krijgen. Een markante man, in positieve zin van het woord.

Sportminnend Fryslân zal hem zich herinneren als fierljepman. Een echte topper werd hij nooit, althans niet eentje met een erelijst vol uitpuilende records, dagzeges en Friese of nationale titels. Scherjon, die eind jaren zestig al begon als actief ljepper en halverwege de jaren tachtig stopte, won heus zijn wedstrijden. Pakte prijzen, zoals een Friese titel bij de junioren. Maar meer dan om zijn prijzen was hij geliefd om zijn stijl.

Teake Bult, in de tijd van Scherjon wedstrijdspeaker van het Frysk Ljeppersboun, kondigde hem vaak aan als ‘de man van alles of niets’. Want Scherjon was een publieksspringer, een ljepper die de toeschouwers vermaakte met spectaculaire sprongen. Het zorgde voor veel sympathie, extra gevoed door zijn open, authentieke karakter. No-nonsense, een echte Fries. Recht voor de raap, met een glimlach.

Scherjon was belangrijk voor de fierljepsport. Hij was in 1978 betrokken bij de oprichting van Ljeppersklup Burgum, tegenwoordig de succesvolste vereniging van ons land. Hij werd er ook coach, onder meer van zoon Hannes – die net zoals hij een spectaculair ljepper bleek.

Landelijke bekendheid verwierf de Noardburgumer door zijn klompenmakerij en museum. Hij was een vijfde generatie Scherjon in het ambacht, afstammeling van een familie die ooit van Frankrijk naar Fryslân toog. Hij was een vakman, bekend door de ‘Scherjontsjes’. Zo werden zijn klompen genoemd; klompen voorzien van die specifieke bruine tint, waarvan hij zelf wel eens zei dat de samenstelling ‘geheim’ was.

Klompen en Scherjon horen bij elkaar, fierljeppen en Scherjon ook. Dat was al zo en dat blijft zo. Net als die herinnering aan zijn hartelijke persoonlijkheid en brede grijns.