Gerard Bos

Daar was-ie weer, zaterdag in IJlst: fierljepper Thewis Hobma. Terug van een paar wedstrijden weggeweest. Een tijd waarin hij vader werd, voor de tweede keer. Met de geboorte van zoon Abe had de afwezigheid van de topspringer uit Harlingen echter niets te maken, met een liesblessure des te meer. De rentree op de schansen van zijn club IJlst was zozo voor Hobma, die pech heeft dat de liesklachten zich zo kort voor de grote wedstrijden in augustus aandienen. Het prille familiegeluk maakt echter alles goed. Ach en wee, daar stond Hobma na afloop. Hij had wel de finale gehaald, maar meldde zich daar voor af. Toch die lies. Alweer. Of, anders gezegd: nog steeds. ,,De klachen zijn nog niet voorbij”, schudde Hobma het hoofd. ,,Maar goed, je moet wel weer eens een wedstrijd springen om te voelen hoe het is. Ik heb het met rust geprobeerd en ook met oefeningen. Maar ik wilde in IJlst, toch mijn thuisschans, even lekker springen. Voelen hoe het is. En of hét er nog is.” ‘Het’ was in dit geval vrijelijk interpretabel, tweeledig ook. Te weten ‘het’ als in vorm én ‘het’ als in de liesklachten en de mate waarin die nog aanwezig zijn. Dat Hobma met 18.50 meter de finale haalde, was sportief gezien een goed teken.

Dat hij nog steeds last heeft van de liesblessure is dat niet. Of het FK fierljeppen van 13 augustus in gevaar is, zal moeten blijken. Waar een spagaat voor iemand met liesklachten fysiek gezien al lastig zou zijn, is het dat figuurlijk in dit geval ook. Want: rust nemen tot het FK om zo fit mogelijk aan de start te verschijnen, maar zonder wedstrijdritme? Of toch maar doorgaan met springen en kijken hoe dat uitpakt? Dat laatste dus. ,,Ik wil het proberen. Of dat een risico is? Dan moet ik met mijn ervaring maar zorgen dat ik op tijd stop tijdens een wedstrijd. Ik moet mijn grenzen kennen in dat geval.” Dat kon hij bij de wedstrijd in It Heidenskip enkele weken geleden niet, erkende Hobma. Daar wilde hij per se nog wat laten zien na de voorronde. Gevolg: liesblessure. Met een minzaam lachje: ,,Daar heb ik van geleerd.” Alsof tijdig fit zijn voor het FK al niet moeilijk genoeg wordt, is kans maken op de overwinning ook nog een heikel punt.

Wie namelijk Nard Brandsma op oppermachtige wijze zaterdag zag winnen (20,84 meter) weet dat de Heidenskipster een topfavoriet is. Net als Nederlands recordhouder en meervoudig Fries kampioen Bart Helmholt – in IJlst niet in de finale – en titelverdediger Oane Galama, om maar eens drie voorbeelden te noemen. Waarbij die laatste óók nog eens aan misschien wel zijn laatste FK ooit begint. De 31-jarige Galama emigreert na het seizoen met partner Renske Terwisscha van Scheltinga naar Nieuw- Zeeland. Het stel aast er op een werkvisum voor maar liefst drie jaar. Pechvogel Hobma zal zijn best doen in augustus fit te zijn, maar wakker ligt hij niet van zijn liesblessure en de mogelijke gevolgen voor NFM, FK en NK de komende tijd. Wakker ligt hij namelijk al – in goede zin van het woord – van de geboorte van zijn tweede zoon. Want tegenover de fysieke pech, staat het prille familiegeluk genaamd Abe.

Extra tijd ,,Dat relativeert alles”, glimlachte Hobma. ,,Afgelopen woensdag geboren, dus door de rust rondom fierljeppen had ik ineens extra tijd en dat is hartstikke mooi.” Wie weet komt het met de lies alsnog goed. En anders is er in ieder geval Abe. Over ‘goed’ gesproken: dat waren thuisspringers Thirza Boschma bij de meisjes (14,03 nieuw pr, tweede achter Sigrid Bokma, 14.47)) en Wietse Nauta bij de jongens (17,93, net geen pr) zeker. Ook Bobby Zwaagman (junioren) deed het in IJlst in eigen achtertuin goed. Bij de vrouwen profiteerde Akke Talsma van de afwezigheid van topfavoriete Marrit van der Wal. De ljepster uit Brantgum won met een afstand van 14,86 meter.