EDWIN FISCHER

POLSBROEKERDAM – En dat is drie. Voor het derde jaar op rij verloor het ooit zo oppermachtige Fryslân de fierljep-tweekamp van Holland. Hoe winnen ‘we’ weer? Nadat Fryslân vorig jaar in Burgum nog nipt met een verschil van 2,09 meter van de Hollandse polsstokverspringers verloor, was de marge zaterdag in een winderig Polsbroekerdam weer op het niveau van de nederlaag van 2014. Toen was het verschil op de schansen van Linschoten 6,42 meter. Het gat was nu zelfs nog iets groter dantoen; 7,02meter. DeHollandse springers wisten het eindtotaal op 395,37 te zetten. Het Friese fierljepteam kwam uit op 388,35 meter.

Zoals bij elke nederlaag waren er meerdere redenen aan te voeren waarom de Friese ljeppers er weer niet in slaagden om de wisseltrofee te veroveren. Het grootste verlies werd geleden in de jongenscategorie. Het verschil in die leeftijdsgroep was 5,42 in Hollands voordeel. ,,It is in stik ûnerfarenheid fan ús jonkjes. Se ha hjir noch nea sprongen en elkenien wit datst hjir echt oan de skâns wenne moatst’’, zei Pieter Haanstra. Hij, naast Rients van der Wal coach van het Friese team, nam zo de Friese jongens in bescherming. Haanstra voegde daar wel eerlijk aan toe dat gebrek aan kwaliteit ook een voorname oorzaak was van de kloof bij de jongens.

Dat kon hij niet zeggen over de meisjesgroep. Ook daarin was Holland met een verschil van 1,81 meter sterker, maar had de nederlaag, net als bij de jongens, niet zo groot hoeven te zijn. De coaches mochten zichzelf ook afvragen of de juiste tactiek gekozen was, als er tenminste een teamtactiek besproken was. Een mooie speech van Haanstra in de vanuit Joure vertrokken bus met zo goed als de hele Friese ploeg aan boord, had slechts als boodschap ,,helje it bêste ut jimsels’’. Dathad tot gevolg dat elk individu puur zijn of haar eigen wedstrijd sprong. Er werd amper aanhetteamresultaat gedacht. De ljeppers werden geacht risico’s nemen. Met andere woorden: proberen de verste afstand in eigen categorie te overtreffen. Dat resulteerde in te veel mislukte sprongen en dus minder kans op aansprekende afstanden voor het klassement.

,,Dat dogge de Hollanners dus al’’, constateerde Bart Helmholt, die achter Jaco de Groot (20,65) uiteindelijk tweede werd. ,,Se sette de pols de earste twa sprongen behoarlik op safe en gokke dan pas. Mar dan ha se wol in moaie ofstân foar harren teamklassemint delsetten.’’ Dat was overigens ook de tactiek van Helmholt. Zijn coach Arend Hofstee had de opdracht gegeven om eerst 19,50 te springen, om daarna de stok op scherp te zetten. In zijn tweede sprong voldeed Helmholt aan die opdracht, maar hij slaagde er in zijn twee laatste pogingen niet in die uitschieter te produceren. ,,De omstannichheden wiene troch de wyn echt swier’’, aldus Helmholt.

Te veel ljeppers uit het Friese kamp slaagden er niet in om een behoorlijke klassementsafstand te produceren. Een afstand neerzetten en vervolgens streven naar een uitschieter: dat had de opdracht aan alle Fries atleten moeten zijn en is de manier om volgend jaar de tweekamp-beker in Friesland te houden. Dat Freark Kramer voor het Friese hoogtepunt zorgde, was overigens niet dankzij en bepaalde tactiek. Maar zijn prestatie was er niet minder om. De tweedejaars junior bracht zijn persoonlijk record op 19,03 en deed dat in zijn allereerste sprong. ,,Gewoan de pols sette en net neitinke. Dat wurketit bêste’’, aldus de ljepper uit It Heidenskip, die daarmee won in de juniorengroep. De Friese ljeppers halen woensdag de afgelaste wedstrijd van vorige week in It Heidenskip in.